Brasserie versus Indonees

Tante Amsey – eigenlijk mijn oudtante – was half Indonesisch, heel klein en woonde tot aan haar dood op een flatje in Leidschendam waar ze in haar minikeukentje altijd heerlijk voor ons kookte. Ze was heel schoon en netjes op zichzelf want ze had vroeger bij Metz en Co gewerkt. Als vrijgezel – wat ze altijd is gebleven – had ze veel van de wereld gezien, het Parijs en Berlijn van voor de oorlog, waar ze als exotische dame indische liedjes zong bij het varieté. 'In Indië is het warm en in Nederland is het koud' aapte mijn vader haar altijd gekscherend na, met een overdreven Indisch accent. Alles in haar huis rook lekker naar zeep en haar keukentje was natuurlijk spik en span. In het keukenkastje had ze altijd flesjes cola voor ons staan. We hielden veel van haar, en we aten om de beurt in dat krappe keukentje, zittend op het keukentrapje en badkamerkrukje. Meestal witte rijst met sajoer lodeh, rendang en sambal goreng boontjes, met tahoe en garnaaltjes. Ook ging ze wel eens naar de Menuet in het winkelcentrum, best een goede afhaal- en opeetplek indertijd. De pepesan haalde ze daar, en de spekkoek meen ik, die aan de familie met kerst werd uitgedeeld.

Die indische keuken past zo goed bij de stad, vind ik. Bij Den Haag ook, waar we vroeger met de hele familie gingen eten bij Garuda. Ik en mijn neef mochten zoveel sateh eten als we opkonden, de meisjes aten bami of een loempia. Amsey en mijn grootmoeder Jootje keken goedkeurend toe, aten zelf muizenhapjes en complimenteerden ons met onze eetlust als we waren uitgegeten. Hier kregen we al cola, en mochten we bijna alles. Een prachtig restaurant vond ik het, met mooie ornamenten, enge ijzeren vogels (Garuda's) bij de entree en in de bediening mannen met hoofddoekjes om. Gestoffeerde trappen naar het balkon, waar we maar wat graag verstoppertje wilden spelen, maar dat mocht natuurlijk niet. Het geheel had iets schouwburg-achtigs, en het bezit nog steeds dezelfde grootstedelijke allure. Dat komt denk ik een beetje door de gecultiveerde koloniale sfeer, die natuurlijk ook veel toeristen trekt. Net als bij Indrapura in Amsterdam, waar je nog ouderwets onthaald word met een pianist aan een vleugel, veel rotan en bamboewerk en verplicht in kleurrijke sarong gehulde meisjes. Hier waan je je in een grote stad in ander tijdperk. Zoals Parijs zijn brasseries koestert hebben wij onze Indonesische restaurants die getuigen van een voorbije tijd. Met eten van matige kwaliteit, dat ver uit het zicht van de gasten wordt bereid door verveelde koks in oude keukens. Dat stel ik me daar dan tenminste bij voor want hun menukaart verandert nooit. De foto's in de gidsen hoeven nooit te worden vervangen, en de conciërges van de hotels weten waar zij aan toe zijn, als zij hun gasten doorsturen. Vergane glorie, zoals je die niet in de provincie vind maar uitsluitend in onze hoofdsteden. Het heeft wel iets vind ik, maar dat komt ook door mijn voorliefde voor klassieke, enigszins kitscherige restaurants. En Indisch eten natuurlijk.


Amsteldijk 41   |   Amsterdam   |  Nederland   |  +31 20 6791248   |   info@leHollandais.nl